Een Pinsa is géén Pizza
Een Pinsa is géén Pizza
  • Kcal p.p.: 480 kcal
  • Porties: 12
  • Bereidingsduur: 14410 minuten

Noem het geen pizza! Je mag de Pinsa geen Pizza noemen want het is volgens de bewoners van Rome iets geheel anders, alhoewel het er wel sterk op elkaar lijkt. Pinsa heeft de vorm van focaccia of schiacciatina, het grote verschil is dat het deeg bereid wordt met rijstmeel, tarwe, soja en zuurdesem (gedroogde, gedehydrateerde natuurlijke gist), allemaal goed verteerbaar.

De naam is afgeleid van het Latijnse pinsa (pletten of rekken), de Pinsa die je nu ziet, is een soort moderne herinterpretatie, maar dan wel van een eeuwenoud recept. Een Pinsa werdt vroeger gemaakt van gerst en speltmeel, hier deden ze dan alleen wat zout en kruiden bij. De bereiding van het deeg is hetzelfde gebleven maar nu voegen ze er wat meer dan zout en kruiden bij en is het verschil met een Pizza is ver te zoeken. De belangrijkste verschillen zijn dus de een ovale of rechthoekige vorm, en door het feit dat het deeg gemakkelijker water vasthoudt, is Pinsa beter verteerbaar dan Pizza. Het water (80% in vergelijking pizza 50-60%) in het deeg is altijd koud en het deeg heeft minder koolhydraten en vetten. Voor de Pinsa wordt er een melange van 3 meelsoorten gebruikt met toevoeging van het rijsmiddel. Het rijzen van het deeg kan tot 120 uur duren naar gelang de sterkte van het meel. Omdat er minder bloem in het deeg gebruikt wordt zijn de hoeveelheid koolhydraten, calorieën en vet in het eindproduct aanzienlijk verminderd. Door het lange bereidingsprocess, maar ook de toevoeging van toppings is de Pinsa meestal duurder dan een pizza. Dit zou Italië niet zijn, als er geen vereniging bestond zou zijn om de bereiding en naam van de Pinsa te beschermen.

Wie meer wil weten over de Pinsa  kan terecht op de website van Pinsa Romana. Wie een perfecte Pinsa in Rome wil eten kan tercht bij Pinsa 'M Po bij de metrohalte Ottavio in Vaticaanstad. 

Pinsa met Bresaola

Deegconsistentie van de Pinsa

  • Voorbereiding: 14400 minuten
  • Kooktijd: 10 minuten
  • Ingrediënten:
    • 500 gram  broodmeel
    • 50 gram + 1 eetlepel witte rijstbloem
    • 30 gram +  1 eetlepel sojameel
    • 4 gram actieve gedroogde gist
    • 400 gram koud gefilterd water
    • 14 gram fijn zeezout
    • 10 gram extra olijfolie van eerste persing
  • Bereiding:
    1. Klop het brood-, rijst- en sojameel en de gist door elkaar. Voeg 1-1/2 kopjes water toe en kneed in een mixer op lage snelheid tot het deeg samenkomt en er geen droge bloem meer in de kom zit, ongeveer 3 minuten. Voeg het zout en de olijfolie toe en kneed goed door ongeveer 5 minuten.
    2. Voeg tijdens het kneden beetje bij beetje de resterende water toe. Zodra al het water is geabsorbeerd, 2 tot 3 minuten, verhoog je de snelheid tot middelhoog. Kneed tot het deeg glad, elastisch en glanzend is, nog ongeveer 10 minuten.
    3. Breng het deeg over in een grote kom die licht is ingesmeerd met  olie. Dek goed af met plasticfolie en laat 24 uur rijzen in de koelkast of tot het deeg drie keer zo groot is geworden.
    4. Keer het deeg om op een licht met bloem bestoven oppervlak en laat het voorzichtig loskomen uit de kom. Snijd het met een deegschraper of een mes in 6 gelijke stukken van elk ongeveer 165 gram.
    5. Neem één stuk per keer en vouw de vier hoeken naar het midden om ze vast te maken. Maak het niet plat. Het deeg zal zich opspannen en een ronde vorm aannemen. Herhaal dit met de resterende deegstukken. Leg de ruw gevormde deegballen op een ingevette bakplaat. Laat voldoende ruimte tussen de stukken zodat ze hun grootte kunnen verdubbelen zonder elkaar aan te raken. Bestrooi het deeg lichtjes met broodmeel en bedek de bakplaat lichtjes met plasticfolie. Laat op kamertemperatuur rijzen tot het deeg in omvang verdubbeld is, 2 tot 3 uur. Terwijl het deeg rijst, bereidt u de pinsa-topping van uw keuze. Zet opzij.
    6. Leg een deegbal op een goed met bloem bestoven oppervlak en strooi er nog wat bloem over. Werk het deeg vanuit het midden naar de randen toe uit tot een ovaal door uw vingers plat in het deeg te drukken en het voorzichtig uit te rekken en te trekken, tot het 15 bij 15 cm groot is. Als het deeg terugveert mag je het een paar minuten laten rusten voordat je het opnieuw probeert. 
    7. Verwarm de oven op 350°C. (Geen hete luchtoven)  
    8. Bestrijk een kant van het deeg met olijfolie. Til het deeg voorzichtig op met beide handen. Met platte vingers  spreid je het deeg uit. Veeg overtollige bloem weg. Leg het deeg met de geoliede kant naar beneden op een baksteen in de oven. Bak gedurende 30 seconden. Bestrijk de niet-ingevette kant van het deeg met olijfolie. Gebruik een tang om het deeg voorzichtig van de baksteen te halen en om te draaien. Sluit de oven en laat opnieuw 30 seconden bakken. Herhaal het omkeren elke 20 tot 30 seconden tot beide kanten goudbruin zijn met enkele donkere plekken, ongeveer 3 minuten.