Genua
Genua

Mei 2020. Dit is hem dus, die verbonden wereld. Waarin je zomaar vreemde landen ziet, verre mensen spreekt. En een wereld die mij opsluit in een flat in Amsterdam omdat op een markt in China een vleermuis heeft gepoept.

Oktober 2019. Het is druk op straat, heel gewoon. Ik dwaal door het oude centrum van Genua. Toeval: op een boekenmarkt in het Palazzo Ducale tref ik een kraam met vertaalde Nederlandse romans. Ik blader door een favoriet, Nescio, Storie di Amsterdam.

Boekenmarkt

November 2016. Vanuit Amsterdam vertrek ik naar Los Angeles voor een filmconferentie. Toeval: mijn nicht Meike is daar ook, voor een fotobeurs. We spreken af elkaar te zien. Het zal de eerste keer zijn, we kennen elkaar alleen van Facebook.

Meike zit in een flat in Santa Monica. Als ik uit mijn Uber stap druppelen de uitslagen binnen: Hillary Clinton heeft een voorsprong maar niks is zeker. We eten samen, mijn nicht en ik, voor het eerst maar heel gewoon, en bekijken de foto's die ze maakte in haar woonplaats in Alaska. Foto’s als stills uit een film over eenzaamheid.

Na het eten zitten we op de binnenplaats. Telkens als op onze telefoons uitslagen binnenkomen lopen we op een drafje naar de tv in haar flat. Tussendoor praten we over onze familie, over stokoude onmin die zich als een ziekte in een achternaam nestelt. Zelfs die naam heeft zich in facties gesplitst: Meike is een Pruijs, ik een Pruys.

We FaceTimen met haar moeder Nelleke, zus van mijn vader. Ook haar zie ik voor het eerst, al is het via video. Zij was de eerste die weer een lijntje uitgooide tussen Pruijs en Pruys, jaren eerder, via Facebook. Of ik een keer langskom bij haar en dochter Elisabeth vraagt ze. Ik zeg ja en drie jaar later zal dat gebeuren, in Genua.

Dan wint hij, de gestoorde showman, handpop van Rusland. En ook, niet te vergeten, afstammeling van migranten, zoals jij en ik en iedereen, als je de lijn maar lang genoeg volgt de geschiedenis in.

Het zeemuseum, Galata Museo del Mare, begint bij Columbus uit Genua die een snelle vaarroute naar Azië zoekt en op Amerika stuit. Wat zal volgen is kolonisatie, genocide, slavernij en andere schendingen van lijf en goed, maar de gruwel start met een toeval: de zeevaarders brengen ziektes mee. Negen van de tien oorspronkelijke Amerikanen sterven niet door het zwaard of de gesel maar aan onze bacteriën en virussen.

Amerika wordt steeds verder ingenomen door Europeanen, op de vlucht voor ellende of op zoek naar goud. Het zeemuseum zet mij in de schoenen van zo iemand: een arme Italiaan die rond 1900 aan boord gaat van een stoomschip om vanuit de haven van Genua de zee op te gaan. Ik word verleid door de kleurige posters van de reders, betreed de gepolitoerde loopplank en zie dan benedendeks de stapelbedden met strozakken, de vergeelde natte was, de kinderschoentjes.

Zeemuseum tired and poor

‘Give me your tired, your poor, your huddled masses yearning to breathe free, the wretched refuse of your teeming shore’ zeggen de dichtregels op het Vrijheidsbeeld. Ze zijn van de Joodse Emma Lazarus. Haar familie was eeuwen eerder voor antisemitisch geweld gevlucht naar de Nederlanders in Nieuw-Amsterdam, nu New York.

Die gastvrijheid waarvan haar gedicht spreekt is een wensdroom. Middenin een pandemie hamert Trump nog steeds op het bouwen van de muur tussen de VS en Mexico. Maar ook een eeuw geleden kwam je niet zomaar het land in. Ongetrouwde zwangere vrouwen en Chinezen hadden pech. En als Friedrich Trump in 1885 een infectieziekte had gehad, dan zou hij waarschijnlijk linea recta op de retourvaart naar Bremen zijn gezet, want stel dat een epidemie zou uitbreken.

Maar hij was gezond, dus daar zitten wij, nicht en neef, sprakeloos in de binnentuin van een appartementencomplex in Santa Monica. De racistische kleinzoon van een Duitse bordeeleigenaar wordt president, weer winnen de boeven.

Aan deze kant van de zee is het niet anders. In de havens van Europa, Fort Europa, treffen de ‘tired and poor’ geen mededogen, geen rechtvaardigheid – ze treffen de patrouilleboten van Frontex. Daarover vertelt het zeemuseum op een hogere etage, maar ook over de Italiaanse mannen en vrouwen in dorpen en steden die de vluchtelingen voeden, kleden, beschutten, want natúúrlijk doe je dat. Gewoon laten zien hoe een mens een mens helpt – dat zoiets voelt als een aanklacht is een aanklacht op zich.

Zeemuseum moderne migratiGoed, maar ik kom hier niet voor het zeemuseum. Ik kom voor mijn vader, Nellekes grote broer. Ze vertelt me alles wat ze weet. Want ik weet zo weinig – ik was twee toen hij stierf.

Ze vertelt over een vader, mijn opa, die er nooit was want het verzet ging voor. Over de dood die na de oorlog door het gezin waarde. Over de ruzies met als sluitstuk een steen die door een ruit ging. En over het grote zwijgen daarna. Aan het einde van de dag schrijf ik steeds alles op in een notitieboekje, zodat zijn kleindochter het later kan lezen. De verhalen over Simon. Siem. Opa Pruys. Opa Pruijs voor mijn part, wat maakt het eigenlijk uit.

Natuurlijk kom ik snel terug beloof ik Nelleke en Liz, als het even kan in het voorjaar, met mijn vrouw en mijn dochter. Om het zeemuseum weer te zien en verbonden te blijven. Op dat moment cirkelt een vleermuis rond een markt in China.

Dit is de wereld: vaarroutes op een zeekaart. Momenten die samen een geschiedenis vormen. Streepjes in een stamboom die zomaar ergens eindigen, zomaar ergens beginnen. Toeval: we noemden onze dochter Jeanne en wisten niet dat Simons moeder zich ook zo noemde.

Mei 2020. Ik kijk uit het raam van mijn flat in Amsterdam. Het is stil op straat. Dit is die verbonden wereld.