Je doet er zeker zo'n twintig minuten over om het te bereiken. Dat wil zeggen, als je tenminste perjetfoil gaat en niet met de gewone boot die er veel langer over doet. Ten tweede moet je de dienstregeling van de boten goed in de gaten houden, want volgens onze informatie vertrekt de laatste boot naar het vasteland al om vijf uur 's middags. Mis je die, dan zul je in een van de hotels op Capri moeten overnachten!
Onze reis ernaartoe gaat over woelige baren, een stevige bries blaast het schuim hoog op. Op het achtersteven, krijg ik een prachtig zicht op de kustlijn die we in sneltempo achterlaten, met die eeuwige dreigende Vesuvius (zie ik er werkelijk rook uitkomen of is het een sluierwolk?) er altijd boven uit.
Campania Felix wordt deze provincie genoemd - gelukkig land - en ze heeft er alle reden toe om gelukkig te zijn. De streek heeft alles in superlatieven: de beste wijnen (ok, op wat uitzonderingen na dan), de meest bekende vulkaan, de mondainste badplaatsen, de meest romantische bergdorpjes, de warmste stranden, de meest chaotische stad en dus ook de mooiste eilanden. Ischia, het grootste, Procida, het kleinste en Capri, het chicste en bekendste. De eerste twee bereik je via Napels (in respectievelijk anderhalf en een uur),
Capri vanuit de Marina Piccola in Sorrento. Ons autootje blijft achter in een bewaakte parking in de haven en voor bijna twintig euro de man (tickets voor de gewone boot zijn de helft goedkoper) kopen we retourkaartjes voor de overtocht. Een klein half uur later varen we de kleurrijke Marina Grande binnen. De huizen, in roze, geel en siena geschilderd, staan erbij zoals ze waarschijnlijk al honderden jaren doen. Elke dag zien ze duizenden toeristen komen en gaan, maar die verdwijnen hier al snel via de kleine steile trappen naar boven, naar het kleine pittoreske stadje Capri.
Luieriken nemen de funiculaire, die vlakbij Piazza Umberto I, ook wel liefkozend de 'Piazzetta' genoemd, stopt. Aan de ene kant afgesloten door de witgekalkte Chiesa di Santo Stefano met zijn aparte ronde koepeldak is dit het kloppend hart van Capri. En de ideale plek om mensen te kijken. Geen in spandex shorts en Hawai-hemden (hoewel die nu weer helemaal in zijn) gestoken toeristen met de camera op de bolle buik, maar trendy knappe jongelui, rijke pensionado's die aanmeren met hun zeiljacht ofals je geluk hebteen beroemdheid. Capri is nog altijd het geprefereerde eiland voor de jetset.
Foto's van lachende poserende celebrities plakken buiten aan de muren van restaurantjes als reclame. Mariah Carey, Ivana Trump, Woody Alan: vooral Amerikanen lijken dol op deze van de buitenwereld gescheiden idylle.
Jakobien Huismans








