- Zie
- Rubriek: Travel Nieuws Italië
Het eiland Pantelleria, mysterie van de Middellandse zee
Het vierde deel van het reisverslag over het westelijk gedeelte van Sicilië. Het eiland Pantelleria. Wat zoekt de jetset op dit van god verlaten begroeide rots voor de kust van Afrika? Een eiland dat de indruk wekt dagelijks bezoek te krijgen van een team hemelse tuinmannen.
Ik heb een afspraak met een propeller vliegtuigje wat van Birgo, de luchthaven van Trapani naar het eiland Pantelleria moet brengen. Dit eiland staat vooral bekend als jetset oord en wordt gefrequenteerd door sterren uit mode en Amerikaanse films. Kort na een wilde landing, die ik liever niet nog eens meemaak, wordt de passie van de jetset voor dit van god verlaten oord al vrij duidelijk. Pantelleria is niet meer dan een groot groen rotsblok in zee, zonder strand of baai. Daarmee is het toeristisch gezien non-spectaculair. ‘Het is hier altijd rustig’, vertellen Vincenzo en Stefania van het Design Hotel Santa Teresa.
‘Er zijn maar enkele luxe resorts en verder vooral veel privé landgoederen en villa’s van Italiaanse en buitenlandse 'rich and famous', zoals Sharon Stone, Gerard Depardieu, Isabella Ferrari en natuurlijk Giorgio Armani, die een subliem stekje op het eiland heeft, zijn gastenlijst vertoond namen van sterren uit binnen- en buitenland zoals Mick Jagger, Julia Roberts, Naomi Campell, Rod Stewart.

Na aankomst word ik door Stefania en Vincenzo snel naar het hotel vervoerd dat midden op het eiland ligt. Zij laten mij enkele uren alleen in het resort, zielsalleen merk ik al gauw als het gezelschap voorlopig bestaat uit een broodmager katje dat luid miauwend overal achter mij aan holt. Poes is al gelukkig met een paar crackers en wat water, en ik ben blij dat ik op de luchthaven nog snel een arincina di riso kon meepikken
De kamer is prachtig en heeft een groot terras wat uitgeeft op een wat eigenaardig aandoende omgeving, uit lavasteen opgetrokken gebouwtjes en muren staan als vers opgegraven archeologische vondsten in een kortgeknipte groene weide.
‘s Avonds wordt ik opgehaald voor een ‘citytour’, bestaande uit een bezoek aan een pas geopend, zakelijk uitziend hotel aan de baai van de hoofdstad van Pantelleria, een aperitief en een diner van enkele gangen in een populair restaurantje achter de haven. De pauzes tijdens de maaltijd zijn overdreven lang. Om de conversatie wat op te peppen volg ik mijn standaard journalistieke vragenlijst, maar Stefania blijkt er pas een paar dagen te werken en kan dus weinig vertellen. Het stadje is wat al te rustig voor mijn smaak, er zijn een paar terrasjes waar een enkele tafel bezet is. De glitterati zijn waarschijnlijk ergens anders op het eiland een privéfeestje aan het bouwen.Als ik om een uur of elf teruggebracht word naar het hotel lijkt er verder niemand aanwezig. Het zou me niet verwonderen als het hier spookt, ik besluit op mijn eentje wat rond te dwalen. In mijn nachtjapon lijk ik net een figuur uit een Brönte roman, mijn blote voeten in het gras is het enige geluid. Geen krekel te horen, geen vogel, niets, zo'n stilte werkt behoorlijk op mijn zenuwen.
‘s Ochtends vroeg is het een heel ander verhaal. Boven op de heuvel op ongeveer 200 meter van mijn bed wordt er gewerkt aan een telecom mast. Vanaf 7 uur boemelen er busjes en jeeps langs mijn raam, op amper drie meter van mijn bed. De eerste wekt mij ruw uit mijn slaap en om 8 uur kan ik het niet meer aan horen en besluit ik op te staan, onder het raam duikend naar de badkamer want omwille van een lekker briesje heb ik er uiteraard niet aan gedacht de gordijnen dicht te doen.
Ik vertrek rond het middaguur naar Trapani en het begint te keihard te regenen. In Pantelleria regent het volgens de inwoners één keer paar jaar, laat deze belevenis dus louter op toeval berusten.



