De eerste dag van mijn reis door het westen en zuiden van Sicilie. Klein beetje stress. Van die kleine onnozele dingen waar je hoofd eventjes heel hard van gaat bonzen en je zenuwachtig gaat zoeken naarmogelijke oplossingen dievolkomen overdreven zijn. Telefoon kreeg bij aankomst om 23.00 in Palermo geen netwerk, kleine ramp, kan niet naar huis bellen, kan het hotel niet bellen. Wat gebeurt er als ik halverwege tussen mijn hotel en de luchthaven ergens strandt? Operators zouden uit stress preventie je telefoon nooit mogen afsluiten van een netwerk gedurende de eerste paar uur na landing. Dat moet toch technisch mogelijk zijn?
Staan klunzen met telefoon aan de Hertz-balie totdat er wonder boven wonder opeens wel een signaal uitkomt. Huurauto ophalen gaat min of meer zonder kleerscheuren, een goede bril is noodzakelijk om alle kentekens op de parking na te kijken, personeel is duidelijk al gaan slapen. Rij link met volle snelheid langs enige eenzame automobilisten richting Trapani, zeelucht laat ik door de auto razen, in de achteruitkijkspiegel zie ik niets aankomen totdat ik merk dat ik de spiegels niet heb ingesteld. Een kwartier later bonst het hoofd minder en lijkt me wat rust toegekend te worden, mijn stapel cd's brengt afleiding en voegt wat sfeer toe aan de rit naar Scopello. Bij steile heuvels trap ik diep op het gas en merk dat de Lancia de pit heeft van een olifant op prozac. Op de snelweg autostoelen verstellen verstoort mijn poging tot veilig rijgedrag, dus blijf ik even in oncomfortabele houding zitten tot ik de afrit richting Castellammare del Golfo neem.
Castellammare del Golfois verwelkomend, de baai en het oude fort zijn verlicht en de terrassen aan het water zitten nog vol met groepjes mensen die van de avond genieten. Ik stop de auto op enkele passen van de jachthaven en fluister tegen mij zelf, 'dit is mooi'. Het is al na middernacht en voor de zekerheid bel ik even naar het Agriturismo Tenuta Plaia aan de baai van Scopello om te zeggen dat ik er aan kom. Het blijkt nog 15 km verderop te liggen dus kan ik niet verder van het uitzicht genieten.
Volgend dorp dus. Afdalen naar Castellammare del Golfo was geen probleem, de weg terug naar boven net iets lastiger. Ook nergens een spoor van wegwijzers naar Scopello. Een vriendelijke man met hond stuurt mij de goede richting in, na 20 minuten rij ik de tuin van mijn eerste overnachtingadres binnen.
De volgende ochtend ben ik al vroeg wakker om foto's te maken van de omgeving.Onderweg naar het Zingaro Nationaal Park stop ik eerst bij de Tonnara di Scopello. In 1974 besloot de eigenaar de gebouwen van het voormalige tonijnvisserbedrijfje over te dragen aan de gemeente Scopello. Sindsdien is de Tonnara in de badplaats een veelbezochte historische bezienswaardigheid die een goed beeld geeft van de vroegere tonijnvisserij.
De 7 km lange kuststrook tussen Scopello en San Vito biedt niet te evenaren uitzichten over grillige rotsformaties en blauwe baaitjes in het oudste nationaal park van Sicilie, het Reserva della Zingaro.
Aan de baai van San Vito lo Capo wemelt het van de visrestaurantjes en ik heb geen moeite er eentje uit te kiezen voor een lunch van een van de lokale gerechten zoals couscous van vis, bestaande uit grof gemalen tonijn en spada in een dikke bouillabaisseachtige bouillon.
Het strand van San Vito bestaat in tegenstelling tot de meeste andere in Sicilie uit fijn wit zand en is bovendien verblindend schoon. Het uitgestrekte strand, het heldere water van de baai en voeg daarbij de kleurrijke Arabische bouwstijl van het dorpje en je hebt een idyllische vakantieparadijs.








