Handel op de fiets   

In 1928 beginnen twee jonge broers aan de rand van  Florence een bedrijfje in jam en conserven. Groenten en fruit die nodig zijn voor de productie worden ingekocht bij boeren in de provincie en worden in hun keuken bereid naar familierecepten die van generatie op generatie werden doorgegeven. Ze maken vooral jam en sausen. In die tijd werden de conserven in houten emmers verpakt die in rieten manden voorop de fiets naar de klanten werd gebracht. Jam en saus werden dan op gewicht verkocht en verpakt in vetvrij papier afgeleverd.



In 1930  is Florence de Italiaanse tegenhanger van Parijs. Kunsthandelaren, kunstenaars, schrijvers en architecten uit heel Europa verzamelen zich en het is in die tijd dat er veel aandacht uit gaat naar het restaureren van de oude stad en haar monumenten. Er wordt met name geïnvesteerd in de heropening van historische restaurants en cafés voor het mondaine internationale publiek dat Florence in die dagen aantrekt. De Toscaanse keuken herleeft en haar tradities geprezen door geheel culinair Europa. Van de antieke residenties van de Medici’s die in verval raakten tijdens de oorlog, wordt de restauratie ter hand genomen.

Nederlandse ambassade zet Italiaanse jam op tafel

Dit is de tijd waarin de broers hun slag weten te slaan. Hun handel wordt steeds omvangrijker en het is voornamelijk door medewerking van de Nederlandse handelsdelegatie van de ambassade in Florence dat de broers de kans krijgen hun conserven te exporteren naar Nederland. Dit is het moment dat ze moeten gaan denken over een verpakking die de reis kan naar Nederland kan doorstaan. Ze ontwikkelden speciaal daarvoor een conservenpot van karton gewikkeld in aluminium folie.

Maar intussen gaat de levering per fiets in het centrum van Florence door de twee broers gewoon door. Ze leveren de jam en conserven aan palazzo´s, cafés, restaurants en voorname woningen nog gewoon op de oude manier af. Als in de 70er jaren de vraag naar jam omhoog schiet wordt de fiets eindelijk vervangen door busjes. 

De broers Chiaverini blijven echter trouw aan hun verleden; ze willen de persoonlijke relatie met hun klanten niet verliezen en blijven de hoogste normen van kwaliteit handhaven, de deur van de conservenfabriek blijft gewoon open voor iedere klant die wil komen kijken.

Hitech in de slowfood generatie

In de jaren '80  gaat Chiaverini meer producten maken, de recepten worden verfijnd en verbeterd om aan de strenge markteisen te voldoen van vooral de internationale markt. Onder invloed van de slow food beweging die de wereld bewust maakt van het ecologisch belang, worden de aluminium potjes vervangen door recycleerbare potten in PVC. Het zijn juist deze potten die in het oog springen en die mij uitdagen om meer te weten te komen over de producten van Chiaverini. De jam is heerlijk maar voor onze smaak misschien wat te zoet, de recepten zijn weliswaar gemoderniseerd maar door de afwezigheid van conserveringsmiddelen en toevoegingen moet het suikergehalte erg hoog zijn. Zo is het dus inderdaad de jam geworden die mijn grootmoeder zou maken en het proeft naar nostalgie. Dit is een jam die je dun smeert over een laagje boter, waarbij een pot jam dan ook zeker een maand mee gaat.

Vintage Chiaverini jampotOp zoek naar een oude verpakking?

Ik vraag me af of er nog mensen zijn in Nederland die de jam in de originele aluminium pot van voor de oorlog kunnen herkennen. Het zullen er zeker niet veel zijn want ook in die tijd werd jam gezien als een luxe product. Chiaverini, dat tegenwoordig onder leiding staat van Massimo Caporali en Luca Aiazzi is sinds een aantal jaren hofleverancier van Koningin Elisabeth van Groot Brittannië.