| Een artikel gevonden op
Dolcevia.com Culinaire reisverhalen
Het is een prachtige illustratie van de ernst waarmee de Toscaan zijn voedsel bekijkt. Of moet ik zeggen; de meeste Toscanen, want in de grote steden rukt de fast food ook op. In die mate zelfs dat vele kwaliteitsrestaurants zich hebben verenigd onder de noemer Slow Food. In de trattoria bedenk ik dat ik ook moet vragen waar nu precies Guy Verhofstadt z'n buitenverblijf heeft. Want diens olie van z'n olijfgaard wil ik ook wel eens proeven. Boerenkeuken
Veel van de typische Toscaanse smaken zijn het gevolg van de -noodzakelijke- bewaarmethodes die de Toscaanse landmensen moesten toepassen op hun verse waren om ze lang te kunnen bewaren. In tijden waarin de diepvries nog niet bestond, werd de kok teruggegooid op de gekende bewaarmethoden: zouten, drogen en opleggen in azijn en olie. Op onze driedaagse tocht door het prachtig glooiende Toscaanse landschap, lieten we deze keer de traditionele grotere steden als Firenze, Siena, Lucca en Arezzo links liggen en concentreerden we ons op het hart van Toscane, waar al het goede van de bodem vandaan komt: Chianti. Omdat door het grote succes van de Chianti-wijnen, iedere wijnboer in Toscane z'n wijn Chianti ging noemen, waren de wijnproducenten van de echte, originele Chianti streek genoodzaakt om een nieuwe typologie in het leven te roepen. De wijnen die zij produceren, noemen ze de Chianti Classico en de meesten zijn te herkennen aan de 'Gallo Nero', het embleem met de zwarte haan. De Chianti-wijn, altijd rood, krijgt zijn specifieke karakter van de moeilijke, maar interessante San Giovese druif. Interessant, omdat de druif vaak goede wijnen oplevert, moeilijk omdat ze vakkundig moet verzorgd worden om uitstekende tot supergoede wijnen op te leveren.
"Ik ben geen wijn- of oliemaker, ik zie mezelf eerder als een alchemist", zegt de statige Cappelli. Hij staat tot in de States bekend om z'n briljante wijnen, maar ook om z'n zalige, volledig zelfgemaakt Aceto Balsamico. Eigenlijk is Balsamico azijn een naam die beschermd is en alleen mag gebruikt worden door de fabrikanten in Modena. Cappelli noemt 'm dan ook Salsa di Mosto. Maar van z'n collega Balsamico makers uit Modena, kreeg Cappelli een oorkonde uitgereikt, dat hij wat hen betreft z'n brouwsel ook Balsamico mag noemen omdat het zo goed gemaakt is.
De azijnachtige stroop smaakt goddelijk en is in niets te vergelijken met de balsamico die je bij ons in de winkel koopt. "Eerst kook ik de most van de druiven in tot hij karmelieter en stroperig wordt", aldus Cappelli. "Daarna gaat hij in een vaatje, waarin ook wat moederazijn zit: de schimmel zo je wil, die het proces in gang zet. Een gat bovenaan in het houten vaatje wordt afgedekt met een steen, zodat er toch ook vocht kan uit verdampen. Na een jaar gaat het aldus verkregen ingedikte sap in een kleiner vaatje en herhaalt het proces zich. Als de Mosto langs vijf, steeds kleiner wordende vaatjes, is gepasseerd is hij klaar en wordt hij op flesjes getrokken voor de verkoop, of blijft hij op het vaatje zitten om verder te rijpen. Een goeie balsamico is dus minstens vijf jaar oud en liefst ouder." Als ik afscheid neem van de oude man, geeft hij me dertig jaar oud flesje Balsamico mee, verzegeld met zegellak. Ik bedank hem en stel hem de vraag die ik de hele tijd nog moest stellen: "Woont Verhofstadt hier ergens?". De oude man schudt onbegrijpend het hoofd. © Rechten voorbehouden2008 Dolcevia.com |





