Dolcevia Italië, terug naar homepage terug naar homepage
Recent verschenen

penBreuil-Cervinia: het dak van de Alpen hoog boven het dal van Aosta
penDolcevia's partner voor wintersport in Italie.
penSkieen in je uppie in de stilte van sneeuw en ijs: Alpe Devero (niet geschikt voor socialites).


Lijst rubrieken
Italië Reizen
Regionaal
Eilanden
Sicilie
Steden
Florence
Milaan
Rome
Bergen
Zee & Stranden
Op pad..
Hotels en Resorts
Agriturismo, Bed en Breakfast
Reistips
Vluchten vanuit België
Vluchten vanuit Nederland
Italië Culinair
Italiaans Receptenboek
Antipasti
Pasta, Risotto en Gnocchi
Soep en Sauzen
Salades en Groenten
Vis
Vlees
Wild en Gevogelte
Vegetarische recepten
Dessert
Dranken
Culinaire reisverhalen
Culinaire Tips en Nieuws
Kookboeken
De Wijnkelder
Ristorante
Italië Actueel Nieuws
Evenementen
Blog La Dolce Via in Marche
Italië Lifestyle
Dolcevia Design
Su e giù per l’Italia
Links en RSS feeds
Over Dolcevia
Contact met Dolcevia
Copyrights
Informazione in Italiano
Persarchief

Italië Reizen | Bergen

Commentaar of vragen?

Parco Nazionale del Gran Paradiso, Val D'Aosta

Het is het oudste nationaal park en herinnert nog aan de tijd dat Italie een koninkrijk was. In de tijd van Victor Emmanuel II, die het als een Koninklijk Jacht Domein gebruikte, werd het park voornamelijk gebruikt om op de steenbok te jagen. Tekst: Nelleke Pruijs
Geschreven door:
Contacteer de schrijver van dit artikel :


En toen de witte berggeiten bijna waren uitgestorven bedacht de regerende vorst iets leuks om zich populair te maken en gaf het gebied aan de bevolking als Nationaal Park. Het was 1919 en de omvang van het park bestond nog maar uit 2100 ha. In de loop der jaren is het beschermde natuurgebied uitgegroeid tot 75.000 ha met imposante besneeuwde bergtoppen, kleine gletsjer meertjes, alpenweiden vol bloeiende bergbloemen en dikke naaldbossen. Het is ook terrein van de steenbok, die met z’ n grote gewei een bekend silhouet vertegenwoordigd. De Italianen zijn gek op het dier en beschouwen hem zo’ n beetje als een nationaal symbool.

De mascotte
Als je de St. Bernardpas uit Zwitserland hebt gekozen om er te komen, heb je alvast kunnen wennen aan de haarspeldbochten waarvan je er later nog meer zal tegenkomen. De autoweg naar Aosta is vrij druk, maar als je de afslag neemt naar Cogne (weg nr. 507) is het, tenminste op een doordeweekse dag, meteen heel rustig. De weg kronkelt langzaam omhoog en is niet geschikt voor bang aangelegde automobilisten.

Hoge rotswanden, diepe ravijnen, scherpe bochten, en in het weekend Italianen die een Monza race rijden om als eerste boven te zijn. Even zo goed een paradijs door de week. De oude mijndorpjes hebben nog veel van hun charme behouden met houten chaletjes, oude stenen huisjes en hier en daar een fotogeniek vervallen schuur. Eenmaal aangekomen in de vallei van Cogne kan de auto worden geparkeerd en de wandelschoenen aangetrokken.


Er is een gemakkelijke wandeling om mee te beginnen, die van Valnontey naar Cresta Lauson, ga eerst even langs de botanische tuin om een basiskennis te vergaren van alle planten en bloemen die je onderweg tegenkomt. Heb je geen echte wandelschoenen bij je dan kan je altijd nog een kleine wandeling van een uur maken van Cogne langs de waterval naar Lillaz.

Maar het mooist is natuurlijk om een hele dag uit te trekken en naar de Rifugio Vittorio Sella te klimmen. En als je dacht dat ghost towns alleen in Amerika voorkwamen dan zal je raar opkijken want onderweg kom je ook hier nog verschillende van die oude spookstadjes tegen.
Herbetet

Er zijn diverse verlaten nederzettingen, veelal oude mijndorpen, in dit deel van de Alpen. Herbetet op een hoogte van bijna 2400 meter is er een van.
Het uitzicht op de Monte Gran Paradiso en andere bergtoppen kan je in velerlei superlatieven en cliche’s beschrijven, maar nog zonder een idee te geven van de werkelijkheid. Bovendien kan je in de winter alles op snowshoes of langlaufend nog eens overdoen wanneer het, als dat zou kunnen, er nog spectaculairder uitziet.

De noordkant van het park is ongetwijfeld het mooiste, maar kan in de zomermaanden vrij druk worden vooral met voornoemde Italianen. Als je eenzaamheid zoekt en een goed wandelaar bent is het aan te bevelen de routes vanuit de zuidkant van het park te nemen.

Wandelaars voor de Sello Refugio
Om de adembenemende bloemenpracht van de alpenweiden goed te zien of je bent een fervent fotograaf van flora is het aan te raden in juni of begin juli het park te bezoeken.
Sneeuwkettingen blijven noodzakelijk tot eind april.

Je doet er goed aan om minimaal een nacht over te blijven in een van de dorpjes in de Cogne vallei. De weg terug in het donker afleggen zou ik liever niet doen. Er is keuze genoeg aan kleine pensions en hotelletjes, ook is het mogelijk in een van de Rifugio’ s te overnachten. In Valnontey kan ik het charmante hotelletje Le Petit Dahu aan bevelen en in Cogne zelf is het 4-sterren hotel Bellevue een goede keuze.

Voor meer informatie ga naar de website van Gran Paradiso.

Voor hotels, pensions en campings klik hier.

 

 





© Copyright 2008 Dolcevia.com TWESTC Ltd.


Print dit artikel

Geef uw mening of reactie op dit artikel

Nog geen reacties
Naam:
Email:
Waarschuw me als er reacties op deze pagina zijn
Email adres verbergen
Tekst:
Uw code:

Visual CAPTCHA


 
spacer
vertical10vertical10
yahoo
Add to Google Reader or Homepage
feedsVolg nieuwtjes op Dolcevia via je RSS lezer
Nieuwsbrieven:
space